7 vermogens die terugkomen in het Monkey Moves Parcours

7 vermogens die terugkomen in het Monkey Moves Parcours

Door: Sebastiaan de Lange

Lekker klimmen en klauteren, daar houden echte apekoppen van! Een uniek onderdeel dat in elke Monkey Moves les terugkomt is dan ook een knotsgek klim- en klauterparcours, of zoals wij zelf liever zeggen “de jungle”. Om je als een echte apekop soepel door de jungle te kunnen bewegen worden er heel wat uitdagende vaardigheden van je gevraagd. En naast dat er bij het parcours altijd vaardigheden terugkomen die gelinkt kunnen worden aan de behandelde sport van die week (#11sporten1club), proberen de docenten ook altijd om er zoveel mogelijk vermogens van een lijst van 7 in te verwerken. In dit blog neem ik je graag mee langs deze 7 vermogens aan de hand van een toelichting, een voorbeeld en een foto. Het blog is ook te beluisteren als podcast (dan mis je wel de mooie foto’s ;)).

 

1. Koppelingsvermogen

Dit is het vermogen om twee afzonderlijke handelingen direct en vloeiend achter elkaar uit te kunnen voeren. Het in elkaar laten overlopen van 2 verschillende bewegingen is een grotere uitdaging voor kinderen dan het afzonderlijk van elkaar uitvoeren van deze bewegingen. Om 2 aparte bewegingen vloeiend in elkaar over te laten lopen is bijvoorbeeld de snelheid waarmee deze worden uitgevoerd meer bepalend voor het resultaat dan bij de afzonderlijke bewegingen.

  Voorbeeld: Het nemen van een aanloop en vervolgens het maken van een sprong.

 

2. Differentiatievermogen

Dit is het motorische vermogen om twee of meerdere handelingen tegelijkertijd uit te voeren. Voor multitasken is de mens niet echt gemaakt, uit onderzoek blijkt dat ons brein zich maar met maximaal 2 taken tegelijkertijd kan bezighouden. Naast de motorische uitdaging die hierbij komt kijken vraagt dit ook om behoorlijk wat focus en concentratie, helemaal voor jonge kinderen.

Voorbeeld: Een bal met 2 handen vast houden en tegelijkertijd over de minihordes stappen.

 

3. Reactievermogen

Het vermogen om na het ontvangen van een externe prikkel (geluid, zicht, gevoel) zo snel mogelijk een reactie in te zetten. Dit kost tijd, want de prikkel komt eerst terecht bij het zintuig (oor, oog, huid), het zintuig stuurt een signaal naar het brein en het brein stuurt weer een signaal naar de spieren. Het is fysiek onmogelijk om sneller dan binnen 0,1 seconden op een externe prikkel te reageren, maar topsporters kunnen daar wel heel dichtbij komen. Echter hebben jonge kinderen gemiddeld nog zo’n 20 seconden nodig voordat ze kunnen reageren op zo’n externe prikkel.

Voorbeeld: Snel op je buik liggen als de muziek stopt met spelen.

 

4. Ritmisch vermogen

Het vermogen om het lichaam in een bepaald ritme te laten bewegen. Het ritme van een jong kind is nog niet optimaal ontwikkeld, kinderen bewegen in hun eigen tempo. Sneller of langzamer bewegen is voor jonge apekoppies moeilijker. Dit hangt nauw samen met het ontwikkelen voor gevoel van timing, om ergens op tijd bij te zijn moet je namelijk goed kunnen inschatten hoe snel je de beweging die daarvoor nodig is uit moet voeren.

Voorbeeld: In steeds verschillende tempo’s door de speedladder heen stappen.

 

5. Oriëntatievermogen

Het vermogen om aan te voelen en te begrijpen waar het lichaam zich bevindt, ten opzichte van de ruimte / materialen daar omheen. Het gaat hierbij om proprioceptieve waarnemingen. Om dat te stimuleren wordt er gewerkt met situaties en termen als voor, achter, boven, onder, door, tussen en op. Hierbij wordt voor de kinderen verwarring gecreëerd om uiteindelijk meer bewustzijn te ontwikkelen.

Voorbeeld: Op zijn kop door het wandrek kruipen.

 

6. Aanpassingsvermogen

Het vermogen om dezelfde oefening in een andere situatie uit te voeren. Dit kan bijvoorbeeld zijn op een andere plek, met een ander kind of met andere materialen. Door dit soort variaties toe te passen wordt het brein uitgedaagd en worden de vaardigheden op een impliciete manier geleerd. De vaardigheid behorende bij de oefening wordt hierdoor beter onthouden.

Voorbeeld: Een bal gooien en mikken op een doel en vervolgens dezelfde bal op hetzelfde doel mikken vanaf een verhoging.

 

7. Evenwichtsvermogen

Het vermogen om het lichaam te laten bewegen waarbij het lichaam in evenwicht blijft. Het evenwicht moet ontwikkeld worden bij jonge kinderen en neemt naar mate we ouder worden ook weer af in effectiviteit. Dit vermogen komt overkoepelend terug in alle andere vermogens, een goede balans is van essentieel belang bij bijna alle vormen van bewegen.

Voorbeeld: Lopen over smalle objecten.

Het evenwichtsorgaan bevindt zich in de oren. Door te (kop)rollen en te draaien komen de vloeistoffen die zich in het evenwichtsorgaan bevinden in beweging. Door dit veelvuldig te doen versterkt dit orgaan zich.

 

Samenvatting

De Monkey Moves parcoursen zijn dus niet alleen heel erg leuk voor kleine apekoppies, hierin worden ook nog eens 7 verschillende coördinatieve vermogens gestimuleerd. Dat zijn het koppelingsvermogen, het differentiatievermogen, het reactievermogen, het ritmisch vermogen, het oriëntatievermogen, het aanpassingsvermogen en ten slotte het overkoepelende evenwichtsvermogen.

Daarnaast kan ieder kind zich in het beweegparcours op zijn eigen niveau en in zijn eigen tempo uitdagen. Dit voorkomt frustratie en leidt tot relatief veel succeservaringen, dat stimuleert ook weer de ontwikkeling van het zelfvertrouwen.

Ten slotte dient het Monkey Moves parcours juist ook ter stimulatie van het zelfontdekkend leren. Hoewel er voor iedere les dus ontzettend goed nagedacht wordt over de opbouw van de jungle en welke vaardigheden hierin terug komen, willen we juist ook dat de kinderen exploratief en oplossingsgericht bezig zijn.

De combinatie en het altijd weten te vinden van een juiste balans tussen deze facetten is wat de Monkey Moves lessen zo uniek maken!

Nieuwsgierig geworden naar de Monkey Moves jungle? Boek een gratis proefles en kom ook meeslingeren!

 

 

 

X