Is plezier in bewegen belangrijk?
Beweegplezier ondergewaardeerd

Is plezier in bewegen belangrijk??

Door: Leendert van Gaalen

In augustus 2017 zijn nieuwe beweegrichtlijnen gepubliceerd. Voor kinderen houdt de beweegrichtlijn in dat zij 1 uur per dag matig intensief zouden moeten bewegen en 3x per week botversterkende oefeningen – in een van mijn eerdere blogs schrijf ik over het belang hiervan – zouden moet doen. Wat deze richtlijnen heel goed doen is duidelijkheid verschaffen. De richtlijn is meetbaar en daarmee controleerbaar. Als we volgens de richtlijn kinderen elke dag een uur laten rennen of op en neer laten springen, dan halen we de richtlijn en hebben we het goed gedaan als ouders, PM’ers en beweegprofessionals. Top! Toch? Of wordt er iets over het hoofd gezien. In dit blog duik ik daar eens in.

Als we volgens de richtlijn kinderen elke dag een uur laten rennen of op en neer laten springen, dan halen we de richtlijn en hebben we het goed gedaan als ouders, PM’ers en beweegprofessionals. Top! Toch?

Weet wat je wilt meten

Onlangs hoorde ik in een opleiding die ik aan het doen ben voor Monkey Moves de quote “Je krijgt wat je meet!”. Het doel van de quote is om duidelijk te maken, dat mensen zich gaan gedragen naar hoe er gemeten wordt. Misschien wel herkenbaar uit het onderwijs dat je als student wilde weten waar je verslag op beoordeeld zou worden zodat je het zo kon maken als de leraar wilde. In het bedrijfsleven werkt dit ook zo. Daarom moet een manager goed bedenken of hij ziekteverzuim gaat meten of medewerkers geluk?

In 2015 werd een artikel gepubliceerd in de British Journal of Sports Medicine waarin een groep van pedagogen en orthopedagogen aanstippen dat het misleidend kan zijn om te veel aandacht op kwantiteit te leggen van fysieke activiteit. Als er te veel wordt gefocust op de hoeveelheid tijd van een bepaalde activiteit kan het zijn dat er te weinig aandacht is voor plezier en de ontwikkeling van motorische- en sociale vaardigheden. Hetzelfde geldt voor een focus op gezondheids uitkomstmaten als kracht, uithoudingsvermogen en lichaamssamenstelling (zoals vetpercentage en Body Mass Index (BMI)). Ik zeg niet dat dit allemaal onbelangrijke uitkomstmaten zijn, maar zoals in het voorbeeld van ziekteverzuim, is ziekteverzuim voor het bedrijf een belangrijke uitkomstmaat. Echter, door te focussen op ziekteverzuim kan vergeten worden te kijken naar werkplezier; wat een hele goede voorspeller is voor ziekteverzuim.

Als we met elkaar willen dat kinderen de start van een leven lang gezond bewegen wordt aangeleerd, moet er focus komen op meer dan fysieke fitheid en stoïcijns doorzettingsvermogen. Het gaat volgens mij om het vormen van de basisvoorwaarden van gewoonten.

Vormen van gewoonten

Gewoonten zijn gedragingen van mensen die we in een bepaalde context uitvoeren zonder er echt over na te denken en waar een minimale waardering tegenover staat. Denk bijvoorbeeld aan tandenpoetsen, je hoeft niet elke avond bewust je tandenborstel te pakken en het poetsritueel door te nemen. Het “naar bed gaan” is het teken, waar het gedrag “tandenpoetsen” in past. Dit is geleerd doordat je dit met je ouders elke avond bij het naar bed gaan deed. Misschien zongen ze er een liedje bij – zoals ik elke avond bij mijn dochter doe 😉 – en geeft de tandpasta een fijne frisse smaak. Die lekkere frisse adem en de tandarts die elk half jaar zegt dat je weer geen gaatjes hebt is voldoende om er mee door te gaan. Als het raar voelt als je niet je tanden hebt gepoetst, dan is het echt een gewoonte geworden. De tijd die nodig is voor het vormen van een gewoonte verschilt enorm tussen personen (Lally en collega’s, 2010).

Tanden poetsen; leuk maken aan het begin, blijven herhalen en daarna gaat het vanzelf!

Drie factoren die belangrijk zijn bij het ontwikkelen van een gewoonte

In 2013 publiceerde Douglas een artikel “Ontwikkelen van Gewoonten in Fysieke Activiteit binnen Scholen voor een Actieve Leefstijl voor Kinderen en Adolescenten” waarin ze na een literatuuronderzoek 4 factoren uitwerkt die belangrijk zijn voor het ontwikkelen van gewoonten. Ik heb ze samengevat in 3 factoren:

  1. Haalbare doelen stellen
    • Hoe vaak wil je het gedrag uitvoeren?
    • De beweegrichtlijn geeft hier een duidelijk antwoord op.
  2. Motivatie door plezier
    • Door iets te doen wat als leuk wordt ervaren ontstaat intrinsieke beloning (succeservaringen) en intrinsieke motivatie om het weer te willen doen.
    • Intrinsieke motivatie kan worden versterkt door zelf te kunnen kiezen en inspraak te hebben op de inhoud (zelf determinatie theorie).
    • De beweegrichtlijn zegt hier niets over.
  3. Meten van vooruitgang
    • Maak het leuk om deze doelen te halen en controleer of ze gehaald worden.
    • Door mee te doen aan een programma of deel te nemen in een groep kan hierbij helpen.
    • Ook dit laat de beweegrichtlijn buiten beschouwing

Met andere woorden, als we fysieke activiteit een gewoonte willen laten zijn is het creëren van plezier en het met regelmaat aanbieden veel belangrijker dan alleen de duur. Daarbij wil je zorgen dat bewegen laagdremplig kan gebeuren. Je tandenborstel ligt ook op een plek waar je sowieso gaat komen bij het naar bed gaan. Zoals ook op sport.nl valt te lezen is het aanpassen van de omgeving waar je veel komt een belangrijke stap om uitgedaagd te worden om te gaan bewegen. Wist je dat kinderen die hun ouders als inactief zien 50% meer kans maken om zelf in slechte conditie te komen in vergelijking met kinderen die fysiek actieve ouders hebben! (essex.ac.uk, 2012). Dit heeft met zowel de rolmodel functie van ouders te maken als omgeving – cq de eerder beschreven ‘gewoonte vormende context’- voor kinderen, denk ik. Daar waar fysieke ouders kinderen opvoeden zullen zij hun kinderen eerder en vaker blootstellen aan situaties waarin kinderen in beweging kunnen komen.

Randvoorwaarden van plezier

Kijk eens naar jouw eigen gewoonten en motivatie. Waar heb je een hekel aan en doe je toch als gewoonte? Dat is er waarschijnlijk geen één. De dingen die je moet doen en niet leuk vindt kosten veel meer energie (mede) omdat je ze bewust doet. Nee, tandenpoetsen is niet per se leuk, maar de beloning is sterk genoeg. Bewegen kan wel heel leuk zijn en kan op zoveel manieren, dat er altijd wel een vorm bestaat die in het leven (van een kind) te passen is. Om plezier in bewegen te ervaren is het volgens Seefelt (1980) uiterst belangrijk dat kinderen met hun motorische vaardigheden boven een “kritische drempel” komen. Kinderen die boven deze drempel scoren kunnen deze vaardigheden toe passen in levenslange lichamelijke fysieke activiteit (fysieke geletterdheid). Bij kinderen die deze kritische drempel niet halen zal de kans op succeservaring bij bewegen lager zijn en daarmee het risico op afhaken groter zijn.

Waar heb je een hekel aan en doe je toch als gewoonte? Dat is er waarschijnlijk geen één.

Door vroeg te beginnen met het aanbieden van bewegen in regelmaat, door dit te doen met aandacht (quality time), zelf een goed rolmodel zijn en de vooruitgang te monitoren kunnen we helpen kinderen in beweging te brengen voorbij de harde eisen van de beweegrichtlijn.

Kan Monkey Moves helpen?

Bij Monkey Moves helpen we ouders graag om met hun kind van bewegen een gewoonte te maken. Zo hebben we natuurlijk apeleuke wekelijkse multisport lessen, waar we de voortgang in kaart brengen door de spaarposters. Het groepsgevoel helpt ook om te blijven bewegen. Of het echt leuk is kun je het beste zelf komen ervaren in een proefles 🙂 (boek nu een gratis een proefles).

Onze lessen voor kinderen vanaf 18 maanden tot en met 9 jaar zijn één keer per week en we willen graag met jou kijken of we je nog meer kunnen ondersteunen om meer leuke laagdrempelige beweegmomenten aan te bieden aan jouw apekoppie. Daarom doen studenten van de Hogeschool Utrecht onderzoek naar de mogelijkheid van een Monkey Moves Thuis Programma. Zou jij jouw mening willen delen? Vul hier de vragenlijst in. Dank je wel!

 

 

 

 

 

X