Topsporters met een Multi-sport achtergrond

Onder Multisport wordt het beoefenen van meerdere sporten tegelijkertijd verstaan. Dat op zich klinkt volgens mij al hartstikke leuk! Maar wist je dat het daarbij ook nog eens heel erg goed voor je is? Met name voor jonge kinderen! Verschillende onderzoeken wijzen uit dat Multisport dé basis is voor een leven lang gezond bewegen.Wetenschap toont keer op keer aan dat het op jongere leeftijd beoefenen van meerdere sporten bijdraagt aan zowel een brede motorische ontwikkeling als sociale ontwikkeling. Daarmee wordt de kans op latere fysieke als ook mentale blessures verkleind.

Maar het idee dat vroeg specialiseren en veel doelbewuste trainingsuren noodzakelijk zijn om iets te bereiken in een sportcarrière leeft nog altijd bij veel mensen. En in plaats van dit idee te ontkrachten met allerlei wetenschappelijk onderbouwde argumenten licht ik in dit blogje graag een aantal praktijkvoorbeelden uit. Er zijn namelijk tal van bekende topsporters die juist zover zijn gekomen met dank aan een multi-sport achtergrond. Ik hoop dat ze je weten te inspireren!

Wie zijn die topsporters dan?

Bekende Topsporters met een Multi-sport achtergrond zijn onder andere Toptennissers Roger Federer en Rafael Nadal gingen zich pas op latere leeftijd volledig specialiseren in deze sport. De moeder van Federer moedigde hem tijdens zijn kindertijd altijd aan om meerdere sporten te beoefenen. Zo deed deze apekop naast tennis ook aan badminton, basketbal en cricket. Hij is zijn moeder daar nog steeds erg dankbaar voor en geeft zelf ook aan dat zijn coördinatie mede zo goed is geworden door het beoefenen van deze verschillende sporten. You go mama!

Rafael Nadal combineerde het tennissen vroeger altijd met voetballen, tot zijn twaalfde jaar speelde hij zelfs nog meer voetbal dan tennis! Hij was een aanvaller bij een jeugdteam in Spanje en vierde daarmee ook verschillende kampioenschappen.

De Zweedse voetballer Zlatan Ibrahimovic haalde op zeventienjarige leeftijd de zwarte band in taekwondo. Bij veel goals die hij gemaakt heeft in zijn carrière zijn traptechnieken te herkennen uit de in het verleden beoefende vechtsport. Bij taekwondo worden met name trappen richting het hoofd en het bovenlichaam uitgevoerd waarmee de aanvaller een bijzondere flexibiliteit en behendigheid heeft ontwikkeld voor zijn lengte. Hij kan hierdoor soms bij ballen die een andere voetballer aan zich voorbij ziet gaan, zo brengt hij toch net even wat extra’s!

De Engelse wielrenner Marc Cavendish beoefende snelschaken om zijn reflexen te onderhouden en zag de denksport ook als hersentraining. Hij legt een verband tussen de zetten in het spel en de tactische zetten die gedaan worden tijdens een wielerwedstrijd. Het hielp hem snel beslissingen te kunnen nemen en meerdere stappen vooruit te kunnen denken. Zo werd hij één van de grote meesters in de massasprint!

Deze apekop kennen wij natuurlijk als topsprintster Dafne Schippers die nog niet zo lang geleden actief was als meerkampster binnen de atletieksport. Zij is er ook zelf van overtuigd dat ze uiteindelijk zo hard loopt door deze veelzijdige training.

En als topsporter bij ons misschien iets minder bekend is de American Football speler Jerome Simpson. Op onderstaande video scoort zien we hem een touchdown scoren nadat hij met een salto over zijn tegenstander heen springt, een aardig trucje die hij heeft overgehouden aan zijn eerdere carrière in Free running.

Maar ook als we verder terug gaan in de tijd zijn er tal van succesvolle Multi-sporters te benoemen. Even een korte greep uit een lange lijst:

  • De Duitser Carl Schumann deed in 1896 mee aan de Olympische Spelen op de onderdelen worstelen, turnen, gewichtheffen en atletiek. Hij pakte een gouden medaille bij het worstelen en drie gouden plakken bij het turnen.
  • In 1920 won de Amerikaan Morris Marshall Kirksey zowel goud met rugby als met het atletiekonderdeel 400 meter estafette.
  • In hetzelfde jaar won de Amerikaan Edward Patrick Francis Eagan (foto) een gouden medaille met boxen, twaalf jaar later won hij weer een gouden medaille maar dan in een viermansbob.
  • De Duitse Roswitha Krause won in de jaren zeventig meerdere titels met zowel zwemmen als handballen.
  • En met Christa Luding-Rothenburger, Clara Hughes, Martina Sáblíková en ook de Nederlander Jan Bos zijn er veel voorbeelden op te noemen van topsporters die wisten uit te blinken in zowel schaatsen als wielrennen.

Maar zijn dit niet allemaal uitzonderingen?

Bij veel van de genoemde voorbeelden, waarvan er overigens nog veel meer te benoemen zijn, gaat het om sporters die ook daadwerkelijk wisten uit te blinken binnen meerdere sportdisciplines. Maar uit onderzoek blijkt dat de meeste topsporters op jongere leeftijd meerdere sporten hebben beoefend waarbij toen nog geen titels werden gewonnen. Olympische atleten deden als kind gemiddeld aan drie verschillende sporten! Zij zijn allemaal later boven komen drijven binnen de discipline waarin ze uiteindelijk zo succesvol zijn geworden.

Het gaat er bij de Multisport Methode van Monkey Moves dan ook niet om, om uiteindelijk in alle verschillende sporten uit te kunnen blinken. Waar het wel om gaat is de bijdrage die de verschillende elementen van de verschillende sporten iemand levert om uiteindelijk een completere sporter te worden. Een sporter die zowel tactisch als technisch, creatievere keuzes gaat maken.

Vanuit deze gedachte wordt Multisport ook in de breedte van topsport al steeds meer toegepast. Zo wordt er bij de jeugd van voetbalclub Ajax bijvoorbeeld al enige tijd met het Athletic Skills Model gewerkt, waarbij voetballers onder andere met judo lessen leren om te vallen waardoor ze in het veld minder bang zijn om luchtduels aan te gaan. Kijk die apekoppen eens bezig zijn, slim toch?!

Het maken van creatieve keuzes wordt bij de Monkey Moves Multisportlessen ook gestimuleerd door de apekoppen al op jonge leeftijd zelf op onderzoek uit te laten gaan. Door niet constant alles te willen regisseren komen kinderen vaak zelf tot creatieve, soms onvoorspelbare, maar zeker ook succesvolle oplossingen. Dit verrijkt de lessen en de leerervaring voor de andere apekoppies enorm, die leren hier ook weer van. Door minder directe instructies te geven en door eigenlijk de taak- en omgevingsfactoren te manipuleren wordt er bereikt dat kinderen zich onbewust bepaalde bewegingen aanleren. Deze methode wordt ook wel impliciet leren genoemd.

De conclusie die wel getrokken kan worden is dat naast de wetenschap, toch ook de praktijk laat zien dat een Multisport-achtergrond bijdraagt aan het worden van een completere, creatievere en gezondere sporter. Uiteraard is deze methode geen garantie om iets te bereiken in de topsport en spelen factoren als talent, discipline, omgeving en geluk hier ook een grote rol bij. Maar dat Multisport in ieder geval dé basis biedt voor een leven lang gezond bewegen, dat staat volgens mij buiten kijf!

Lees ook het vorige blog eens waarin maarliefst 36! redenen worden genoemd waarom bewegen goed is voor je kind.

X