De motorische ontwikkeling van jouw kind

De motorische ontwikkeling van jouw kind

 

De motorische ontwikkeling van kinderen, het is een veelbeschreven onderwerp in diverse media de laatste tijd. Iets wat je veel leest is dat kinderen in verhouding minder bewegen dan vroeger en hierdoor motorisch minder vaardig zijn. Een herkenbare situatie bij veel ouders is dat zij de ontwikkeling van hun eigen kind vergelijken met de kinderen van anderen. Een opmerking als: ”kan hij nog niet kruipen? die van mij kruipt al 2 maanden…” roept soms onzekerheid op bij ouders.

Belangrijk is daarom om jezelf als ouder af te vragen: wat zou mijn kind in welke leeftijdsfase leren en hoe kan ik helpen bij het aanleren van deze vaardigheden? Uiteindelijk willen we allemaal het beste voor ons kind en we weten dat beweging erg belangrijk. Maar wanneer kunnen ze nou eigenlijk zelfstandig rennen, springen, klimmen of huppelen?

 

Dreumes

Na alle grote motorische mijlpalen (denk aan: rollen, tijgeren, kruipen, lopen) te hebben behaald in hun babyleeftijd, lijken de motorische stappen die ze maken vanaf hun dreumesleeftijd (1 – 2,5 jaar) een stuk minder groot. Toch is deze fase ook erg belangrijk voor de verdere ontwikkeling in hun motoriek. Je zal je dreumes vaker zien rondlopen met een voorwerp in hun hand of met een knuffel onder de arm. Ze trekken bijvoorbeeld speelgoed achter zich aan of duwen het voor zich uit. Door de dubbeltaak (lopen en een voorwerp meenemen) die ze doen is het bewegen een stuk complexer geworden. Ze gaan ook steeds meer klimmen en klauteren. Je dreumes zal zelf de trap of de bank op willen klimmen. Hierdoor leren ze zich te bewegen op verschillende hoogtes en leren ze dat er zoiets bestaat als diepte. (Lees hier meer over in onze leuke blog: `Je kind kan meer dan je denkt.`) De meeste dreumesen vinden het super leuk om samen met papa of mama deze nieuwe ervaringen op te doen. Met handjes vast van de laatste traptrede springen of met twee handjes vast over een evenwichtsbalk balanceren. We kennen allemaal de stralende gezichtjes en het klappen in de handjes wanneer iets gelukt is.

 

Peuter

In de peuterleeftijd (2,5 – 4 jaar) zien we dat ze steeds meer een complex en fantasievol spel laten zien. Door veel te herhalen en na te doen (imiteren), wat ze bijvoorbeeld thuis zien van hun broertjes en zusjes, bouwen ze spierkracht op. Peuters kunnen uit zichzelf soms één onderdeel van het spel meerdere keren herhalen, bijvoorbeeld door steeds opnieuw de glijbaan op te klimmen en er afglijden. Ze genieten ervan als ze iets nieuws hebben geleerd en het daarna helemaal zelfstandig uitvoeren. Lekker kunnen klimmen en klauteren, bijvoorbeeld in de speeltuin, is voor deze leeftijdsgroep dan ook erg belangrijk.

Naast de opbouw van spierkracht zien we ook dat het uithoudingsvermogen en het explosieve bewegen verbetert. Zo kunnen ze zelfstandig langere stukken achterelkaar lopen waardoor je als ouder de kinderwagen minder nodig zal hebben. De balans en coördinatie verbeteren eveneens waarbij een loopfietsjes of driewieler een mooie nieuwe vorm van voortbewegen wordt. De verbetering in explosiviteit zien we vooral bij het rennen. Peuters kunnen al rennend elkaar of `dingen` ontwijken, of ze kunnen ineens stoppen als dat nodig is. Dit houdt niet in dat er geen ongelukken en/of botsingen meer kunnen gebeuren, want gevaar inschatten wanneer je hard op iets af rent blijft erg lastig voor een peuter.

 

Kleuter

In de kleuterleeftijd (4 – 6 jaar) verandert de tactiele en zintuigelijke informatieverwerking. Kleuters vinden het dan ook heerlijk om met water, zand, klei of vingerverf te spelen en zoeken dit soort prikkels steeds meer op. Waar voorheen veel van deze prikkels met de mond werden ontdekt zullen kleuters dit meer met hun handen, voeten en de rest van het lichaam doen. Op deze manier krijgen ze steeds meer lichaamsbesef. In hun peuterleeftijd hebben ze veel nieuwe vaardigheden eigen gemaakt, we zien dat kleuters grenzen opzoeken om vaardigheden moeilijker te maken. Vierjarigen vinden het nog steeds lastig om gevaar in te schatten. Zo kan het nog weleens voorkomen dat een kleuter hoog in een speeltoestel of een boom klimt, maar niet meer weet hoe hij of zij naar beneden moet komen of dat ze van een te grote hoogte willen springen. Vaardigheden in deze leeftijdsfase gaan er dynamischer en explosiever uitzien. Kleuters kunnen met twee benen tegelijk doorspringen, beginnen met hinkelen, gaan hun romp inzetten bij het gooien van een bal, kunnen zelfstandig een koprol maken en ze leren huppelen. In deze leeftijdsfase leren ze fietsen zonder zijwieltjes en sommige kleuters zijn al toe aan het starten met zwemles.

“Kinderen ontwikkelen zich allemaal op hun eigen manier. Er is daarom geen goed of fout in de manier waarop ze hun uiteindelijke vaardigheden eigen maken. Wel is het als ouder belangrijk dat je goed naar de behoeften van jouw kind kijkt.”

Basisschoolleeftijd

Rond de basisschooltijd zien we dat de basisvaardigheden als kracht, uithoudingsvermogen, coördinatie en balans zich verfijnen. Kinderen worden ook sterker. Dit zien we bijvoorbeeld tijdens het stoeien of doordat ze de trap oprennen en daarbij soms ook nog een trede overslaan.  Gedurende de basisschooltijd gaan ze steeds sportspecifieker bewegen door bijvoorbeeld op het schoolplein te gaan voetballen. Daarnaast vinden ze het fijn om veel verschillende vormen van sport aangeboden te krijgen. Naast voetballen op het pleintje is een tikspelletje of een balspel waarbij je elkaar moet afgooien daarom ook interessant. De meeste kinderen krijgen gymles op school en zullen op de fiets naar school gaan.

Kinderen laten in deze leeftijdscategorie veel variatie in beweging zien, maar zullen (net zoals bij volwassenen) altijd in eerste instantie kiezen voor iets waar ze goed in zijn. Een breed en gevarieerd bewegingsaanbod is belangrijk om de basisvaardigheden van de motoriek verder te verfijnen. We zien dan ook dat dubbeltaken steeds beter gaan, zoals lopen met twee volle glazen, maar ook door tijdens het rennen een bal te vangen of te schieten. Ook het inschattingsvermogen voor gevaar bij bewegen verbetert. Ze leren dat je kan variëren in snelheid bij het rennen en dat wenden en keren steeds beter zal gaan.

 

Motorische ontwikkeling van jouw kind

Kinderen ontwikkelen zich allemaal op hun eigen manier. Er is daarom geen goed of fout in de manier waarop ze hun uiteindelijke vaardigheden eigen maken. Wel is het als ouder belangrijk dat je goed naar de behoeften van jouw kind kijkt. Het aanleren van een nieuwe vaardigheid is complex en kan soms voor een kind erg frustrerend zijn als het niet meteen lukt. Herhaling van de vaardigheid is daarom belangrijk, maar probeer als ouder daarbij ook te variëren in de manier waarop je de vaardigheid aanbiedt aan je kind. Wissel bijvoorbeeld van materiaal als hij bezig is met het leren van vangen en gooien door verschillend materiaal te gebruiken zoals een pittenzakje in plaats van een bal. Ga ook eens ergens anders oefenen met klimmen en klauteren dan de speeltuin bij jullie om de hoek. Maar het allerbelangrijkste is dat je kind plezier heeft in bewegen. Wanneer jouw kind de vaardigheid leren leuk vindt zal het zichzelf variatie en herhaling bieden om de vaardigheid meer eigen te maken.

We kennen als ouder allemaal het moment: “Mama, papa, kijk wat ik kan……”. Jouw reactie: “Wow wat goed van je!”. Je geeft een knuffel en je kind rent weer weg om door te spelen. En jij staat daar als ouder nog even heel trots te zijn op je kleine meid of man.

X