Wat is multisport?

Wat is multisport?

Kort door de bocht betekent multisport: het doen van meerdere sporten. De term wint de afgelopen jaren aan populariteit en dat is niet verwonderlijk. Een van de grootste oorzaken hiervoor is iets dat docenten lichamelijke opvoeding, maar ook topsport coaches over de afgelopen 20 jaar hebben zien gebeuren. Kinderen bewegen minder en ze bewegen eenzijdiger. Waar kinderen vroeger veel buiten speelden na school en lopend of op de fiets veel afstanden aflegden is dit de afgelopen drastisch verminderd. Ga maar eens op een willekeurig schoolplein kijken zo rond de start van de lessen en wat je veel zult zien is een verkeerschaos van auto’s en kijk je aan het einde van de dag weer dan zie je kinderen ingelanden worden in Segway karren en worden ze naar de BSO verplaatst. Er zijn hoop redenen aan te dragen wat de oorzaak is van deze verandering in gedrag maar daar gaan hebben we het in dit artikel niet over. Wel over de consequenties.

Observaties van docenten en onderzoek

Docenten lichamelijk opvoeding zien in hun les steeds minder vaardige kinderen terug. Onderzoek naar deze trend levert inzichten op die hun observaties ondersteunen. Tachtig procent van de kinderen is onvoldoende lichamelijk actief en haalt de Nederlandse Norm Gezond Bewegen niet (Hildebrandt, et al., 2013). Onderzoek van de Vrije Universiteit (VU) Amsterdam heeft aangetoond dat kinderen beduidend minder fit, motorisch minder vaardig en zwaarder zijn dan zo’n dertig jaar geleden (Runhaar et al., 2010). De effect van te weinig beweging levert een hoge zorgkosten last tot gevolg. 

Volgens het RIVM (2012) waren in 2010 aan de directe en indirecte gevolgen van te weinig fysieke activiteit en overgewicht de volgende zorgkosten te wijten:

  • overgewicht: 1,6 miljard euro uitgegeven (2,2% van de totale uitgaven)
  • gevolgen inactiviteit (diabetes, hart- en vaatziekten en beroerte): 1,3 miljard euro uitgegeven (1,8% van de totale uitgaven)
  • hoge bloeddruk: 2,2 miljard euro uitgegeven (3% van de totale zorgkosten)

Om een leven lang fysiek actief te zijn is het volgens Seefelt (1980) uiterst belangrijk dat kinderen met hun motorische vaardigheden boven een “kritische drempel” komen. Kinderen die boven deze drempel scoren worden geacht in staat te zijn deze vaardigheden toe te passen in levenslange lichamelijke fysiek activiteit. Bij kinderen die deze kritische drempel niet halen zal de kans op succeservaring bij bewegen lager zijn en daarmee het risico op afhaken groter zijn.

Observaties van Coaches en Trainers

Wie het voetbal de afgelopen tijd (eigenlijk jaren) volgt hoor dat trainers klagen over de lage creativiteit van voetballers en lage belastbaarheid. Rene Wormhoudt ontwikkelaar van het Athletic Akills Model haalt in zijn gelijknamige boek onderzoek aan dat bewijzen levert voor het nut van multisport. Zo haalt hij onderzoek aan dat Olympiërs uit de verenigde staten tot 14 jaar gemiddeld 2.6 en 3.5 sporten deed en tot 22 jarige leeftijd 1.6 verschillende sporten. Op de basisschool zitten Nederlandse kinderen vrijwel allemaal op een sportvereniging, maar bij de populaire sporten worden kinderen al heel snel gedwongen om 3 of zelfs 4 keer per week te trainen exclusief de wedstrijd in het weekend. Hoewel dit bijdraagt aan het behalen van de beweegnorm zijn er steeds mee kinderen met sportblessures vanwege de eenzijdige belasting en zelfs burn-out-achtige klachten (Collewijn, 2017).

Multisport is daarmee dus een belangrijke basis of zoals stichting multiskills het omschrijft ‘Eerst bewegen, dan sporten, dan specialiseren. Doe je dat niet, dan krijg je houterig bewegende kinderen, die steeds moeilijker mee kunnen komen in het bewegings- en sportonderwijs’.

Multisport is de basis

Multisport is de basis of zoals stichting multiskills het omschrijft ‘Eerst bewegen, dan sporten, dan specialiseren. Doe je dat niet, dan krijg je houterig bewegende kinderen, die steeds moeilijker mee kunnen komen in het bewegings- en sportonderwijs’. Margot van Beusekom van Firma Leef schreef in het digitale magazine SportKnowHowXL een artikel met als titel ‘5 redenen waarom multisport belangrijk is voor kinderen'(Beusekom, 2016).  Zij beschrijft in een gemakkelijk te lezen artikel hoe multisport te zien is al de basis van een leven lang sporten. De vijf punten die zij aanhaalt zijn:

  • Een brede lichamelijke en motorische opvoeding
    • Dit sluit aan bij het onderzoek van Seefelt (1980) wat het behalen van een kritische drempel beschrijft om als kind oplossingen te hebben voor een verscheidenheid aan beweegsituaties te hebben. Ook het concept physical literacy sluit hierbij aan.
  • Een brede sociale ontwikkeling
    • Sportsituaties lenen zich uitstekend oom sociale vaardigheden te leren. Denk bijvoorbeeld aan wachten op de beurt, samenwerken en vertrouwen. Daarbij is voor de algehele ontwikkeling fysieke activiteit ook enorm belangrijk. Een motorische achterstand zal de ontwikkeling van basisvaardigheden als lezen (Dewey e.a,. 2002) schrijven (Driessen, 2008), taal (Dewey e.a., 2002) en rekenen (Luo e.a., 2007) belemmeren. Daarnaast hebben verminderde motorische vaardigheden vaak een negatief effect op het zelfbeeld en het gevoel van eigenwaarde (Kunst, 2007). Kinderen die meer positieve beweegervaring hebben ervaren een groter zelfvertrouwen ten overstaande van bewegen en stellen zichzelf daardoor meer bloot aan beweegsituaties (sportersmonitor, 2012)
  • Focus op plezier in plaats van prestatie
    • Als je ergens plezier in hebt wil je het vaker doen. Veel kinderen komen terecht in de sport waar hun ouders het naar hun zin hadden of hebben. Dit betekent echter niet dat jouw kind het daar ook naar zijn zin zal hebben. Een paar jaar multisporten kan helpen bij het maken van een gedegen sportkeuze. Een kind kan zo zelf een keuze maken en dit vergroot ook de intrinsieke motivatie om te sporten. Of zoals Yvonne van Gennip wel eens heeft gezegd: “Zonder plezier geen succes!”
  • Betere topsportprestaties
    • Multisport kan helpen bij het planten van de eerste zaadjes voor een topsport carriere. Er zijn legio sporters op te noemen die dankzij hun opvoeding in een bepaalde sport konden uitblinken in een andere. Dit geldt voor een grote verscheidenheid aan sporten.
  • Jong geleerd is oud gedaan: hoge sportparticipatie vasthouden
    • Margot beschrijft dat veel kinderen in de puberteit stoppen met sporten en daarna eigenlijk niet meer aan het sporten komen. Er blijkt echter dat kinderen met een brede basis zichzelf eerder blootstellen aan nieuwe beweeguitdagingen omdat zij zoals ook beschreven in de theorie van physical literacy een beweegwereld van mogelijkheden zien in plaats van beweegobstakels.

Wat kun je doen voor multisport?

Multisport kan gezien worden als een zeer verstandige keuze voor ouders die met hun kind opzoek zijn naar de juiste sportkeuze. Omdat het mogelijk is om binnen mulitsportlessen de grondvormen van bewegen verder uit te bouwen. De basis voor multisport wordt weer gelegd in het vroeg aanbieden en spelenderwijs aanleren van de grondvormen van bewegen. Dit kan bijvoorbeeld binnen dreumesgym en peutergym lessen.

Bronnen

Beusekom, M (2016) 5 redenen waarom multisport belangrijk is voor kinderen. http://www.sportknowhowxl.nl/nieuws-en-achtergronden/open-podium/item/107614/

Collewijn S (2017) Voor kinderen is twee keer trainen en een wedstrijd het maximum. https://hockey.nl/nieuws/de-sport/kinderen-is-twee-keer-trainen-en-wedstrijd-maximum/

Dewey, D.M., Kaplan, B.J., Crawford, S.G., & Wilson, N. (2002) ‘Developmental coordination disorder: Associated problems in attention, learning and psychosocial adjustment’. In: Human movement science, 21, 905-918

Driessen, M. (2008) De invloed van motorische vaardigheden op leerprestaties. Nijmegen: Radboud Universiteit.

Hildebrandt VH, Bernaards CM & Stubbe JH (2013) Trendrapport Bewegen en Gezonheid 2010/2011. Leiden: TNO

Luo, Z., Jose, P.E., Huntsinger, C.S., & Piggot, T.D. (2007) ‘Fine motor skills and mathematics achievement is East Asian American and European American kindergartens and first graders’. In: The British psychological society, 25, 595-614.

Runhaar J., Collard D.C.M., Singh A.S., Kemper H.C.G., Mechelen W. van, Chinapaw M. (2012) Motor fitness in Dutch youth: Differences over a 26-year period (1980–2006), Journal of Science and Medicine in Sport 13 (2010) 323–328

Seefeldt VD (1980) Developmental motor patterns implications for elementary school physical education. In: Nadeau CH et al., (red.). Psychology of motor behavior and sport, 314-323. Champaign (III): Human Kinetics.

X